PMC 1 bereikt derde plaats dankzij winst op PSV DoDo/Barneveld

De laatste ronde van de KNSB-competitie in de derde klasse C bracht geen verrassingen. Een duidelijke overwinning van PMC 1 op het al gedegradeerde PSV DoDo/Barneveld was ingecalculeerd en kwam er ook uit; 5 2. PMC 1 kwam door deze overwinning op de derde plaats terecht, wat weer aanleiding was tijdens de Chinees-evaluatie om te bedenken hoe het zou zijn gelopen als die en die niet in ronde zoveel had afgezegd. Maar dat maakte niet uit, Amersfoort zou de poule toch wel gewonnen hebben. Met 17 matchpunten uit 9 wedstrijden werden zij overtuigend kampioen.

Op voorstel van enkele teamgenoten doe ik deze keer zelf geen verslag van de partijen, maar laat ik de spelers zelf aan het woord.

Hidde Knippenberg:
Ik opende met b3, waarna mijn tegenstander een nimzowitch-indische structuur opbouwde. Aan mij lag de keuze om met d4 het centrum (tijdelijk) te pakken, of aan de koningszijde nog een tweede fianchetto te creren. Ik koos voor het tweede, dit bleek uiteindelijk niet de allerbeste beslissing. Al snel kreeg mijn tegenstander veel vat op het centrum, maar winnend en doorslaggevend was het nog lang niet.

Nadat mijn tegenstander tot mijn verbazing e4 en d4 toeliet en met Te8 het plan Pfe8, f5 voor zichzelf blokkeerde was de stelling weer minstens gelijkwaardig. Er volgen toen vele afwikkelingen, met verscheidene keuzes van beide kanten. Na de breek op b4 en de opvolgende afwikkelingen bereikte ik een licht betere stelling, die voor zwart nog prima remise te houden was.

Toen miste mijn tegenstander echter een combinatie. Hij dacht met Txc4 gemakkelijk de verloren pion terug te winnen, maar zag toen ook in dat ik met de tussenzet Dd4 een vol stuk zou kunnen winnen. Hij besloot om in plaats van zijn loper een kwaliteit in te leveren.

Na een paar gedwongen afwikkelingen kwamen we in een eindspel met ieder een handjevol pionnen, met voor mij een toren en voor hem een loper. Het kostte wat tijd om de winnende zetten te vinden, maar daarna was het een vrij gemakkelijke winst. Al met al een evenwichtige partij, met kansen voor beide kanten, waarbij een tactische fout de doorslag gaf.

John Pouwels:
Ik kwam redelijk uit de opening. De schermutselingen in het middenspel waren interessant. Op een gegeven moment sloeg ik zijn sterke paard met mijn loper. Hij werd even gevaarlijk met het loperpaar tegen mijn koning. Toen echter de dame en een loper geruild werden, hield ik een eindspel met een sterk paard tegen een loper en ieder nog een toren over. Toen ik een vrijpion kreeg, was het gewonnen.

Wim Molenkamp:
Ik had mijn vertrouwde Nijlpaard weer van stal gehaald, al is het woord stal in het geval van een nijlpaard niet zo juist.

Mijn tegenstander lanceerde een nogal premature aanval op de Nijlpaard, maar een nijlpaard is een te gevaarlijk beest om dat zomaar te doen.

Ik pareerde de aanval en na wat geruil kreeg ik zelf een sterke aanval via de open h-lijn. Een wit paard werd vervolgens naar veld a3 verjaagd, waarna de witte stelling rijp was voor de sloop. Na een prachtige paardzet naar het veld e2, dat niet geslagen mocht worden wegens mat in twee, was het pleit beslecht. De witspeler moest zijn dame geven tegen toren en paard.

Maar zijn stelling was ook nog totaal onhoudbaar. Na nog enkele zetten was het afgelopen met Wit.

Voor de liefhebbers is hier nog een link naar mijn partij: https://www.chess.com/a/yLXkG3bt6mgn?tab=analysis

Theo Wijnhoven:
Mijn tegenstander speelde erg voorzichtig. Ik deed een aanvallende zet, waaro alles werd afgeruild. Ik kreeg wel een geweldig eindspel met gedekte vrijpion op c4, maar kon het net niet winnen.

Wopke Veenstra:
In de Russische opening won ik met zwart een pion, aanvankelijk met compensatie voor wit, maar na wat zwakkere zetten van mijn tegenstander was die compensatie omgeslagen in een stelling die door de computer tien zetten lang met -4.5 gewaardeerd werd. Of ik daardoor in slaap gesust werd weet ik niet, maar op de 28e zet plaatste ik mijn toren na een paar minuten denken op een veld dat door de vijandelijke loper bestreken werd. Een totale black out. Na de ruil van loper tegen toren was ik in het resterende eindspel van L+T tegen T+T kansloos. Ik spartelde nog dertig zetten tegen, maar de nederlaag kon op geen enkele manier meer worden afgewend.

Jan Fleuren:
Tegen schaakvereniging Putten DOOR DIEPTE OMHOOG (DODO) liet ik mijn tegenstander na een zeer belovende openingsopzet onnodig in leven door net na de opening de beste zet te missen. Ik speelde de een na beste zet en won een pion. Mijn tegenstander kon deze terugwinnen, maar dit durfde hij niet aan. Toen hij dit verzuimde kon ik dit kleinood met een paar goede zetten vasthouden en stond ik zo goed als gewonnen. In het eindspel wist ik door een tijdelijke opoffering van een pion twee verbonden vrijpionnen te creren en had ik groot voordeel. In de daarop volgende tijdnoodfase speelde ik niet altijd nauwkeurig, de winst kwam evenwel niet meer in gevaar en uiteindelijk was de winst terecht.

Jorg Benninghof:
Ik speelde aan bord 7 tegen jeugdtalent Nathan Adams. De doorschuifvariant van het Caro-Kann kwam op het bord. Ik deelde wat speldenprikjes uit, maar Nathan weerde zich karig. Na een zet of 25 had ik een doorgebroken a-pion en nog mooier kon ik mijn zwakke loper activeren. Dit was het omslagpunt in de partij. Het was nu een kwestie van tijd en de a-pion naar het promotie veld te brengen. Toen dat lukte gaf Nathan op. Ondanks het grote rating verschil was dit zeker geen walk-over. Nathan komt er wel.

Frans Hazenberg:
In een complexe stelling zette ik het wat onhandig neer waardoor ik een belangrijke pion verloor. Toen mijn tegenstander het verzuimde meteen af te maken kon ik met d5 de zaak opnieuw hevig compliceren. In de daaropvolgende fase misten we beide een paar keer de beste zet en belandden we in een eindspel van loper en paard tegen toren en pluspion. Daar miste ik een vrij eenvoudige weg naar remise en daarna schoof hij het netjes uit.

Het is nog even wennen aan deze verslaggevingsvorm, maar de volgende keer hoop ik een compleet verslag met ieders bijdragen te kunnen leveren.

Wopke Veenstra